Training voor
Huishoudelijke hulp, Leefondersteuner, Invaller en vakantiekracht

Agressie, ongewenst gedrag en incidenten melden

Grenzen aangeven bij agressie en ongewenst gedrag, en incidenten melden. Voor huishoudelijke hulp en leefondersteuners.

Inhoud bijgewerkt op Ontwikkeld door Elise van DansikGebaseerd op goedgekeurde bronnen
In het kort

Agressie of ongewenst gedrag bij een cliënt thuis? Huishoudelijke hulpen en leefondersteuners leren grenzen aangeven, kalmeren en een MIM of MIC melden.

Over de training

Wat doe je bij agressie of ongewenst gedrag van een cliënt?

Tjalle werkt als huishoudelijke hulp bij meneer Kops. De ramen aan de buitenkant horen niet bij het werk, legt Tjalle uit. Meneer moet een glazenwasser regelen. Meneer Kops wordt boos. Hij draait de deur op slot en roept dat Tjalle pas weg mag als de ramen schoon zijn. Dit is agressie. Blijf je rustig, geef je een grens aan of ga je weg? En meld je het daarna?

Deze training is voor de huishoudelijke hulp en de leefondersteuner. Bij de cliënt thuis heb je niet alleen met de cliënt te maken, maar ook met mantelzorgers, familie en vrienden. Ongewenst gedrag kan van ieder van hen komen, en ook van een collega of leidinggevende. Werk je als helpende, verzorgende of verpleegkundige? Dan is de training Agressie voor jouw rol.

Wat je leert

  • Je legt uit wat het verschil is tussen ongewenst gedrag en onbegrepen gedrag, bijvoorbeeld bij een cliënt met dementie.
  • Je herkent de drie vormen van agressie (fysiek, verbaal en psychisch) en de twee oorzaken: frustratie en je zin willen doordrukken.
  • Je geeft je grens aan met een ik-boodschap en zegt welk gedrag je wel wilt.
  • Je gebruikt de STOP-methode als een cliënt boos is uit frustratie.
  • Je weet wanneer je een MIC- of MIM-melding doet en met wie je een vermoeden van huiselijk geweld bespreekt.

Waar je op let

  • Een bijnaam als ‘schatje’ of een ‘onbedoelde’ aanraking is een waarschuwingssignaal.
  • Van schrik kun je bevriezen; een stap achteruit en diep ademhalen helpt je overzicht te houden.
  • Je eigen veiligheid gaat altijd voor: pakt iemand je vast of ben je bang, dan ga je weg.
  • Ook jij kunt over een grens gaan, bijvoorbeeld met een grapje dat de cliënt niet leuk vindt.
  • Agressie is nooit jouw schuld; je houdt het niet voor jezelf.
  • Onverklaarde blauwe plekken, verwaarlozing of veel interesse van een ander in het geld van de cliënt kunnen wijzen op huiselijk geweld.
Opbouw van de training

Hoe is de training opgebouwd?

De training bestaat uit drie modules en drie quizzen. Je begint met ongewenst gedrag en grenzen, daarna gaat het over agressie en tot slot over melden. Korte uitleg wisselt af met vragen als ‘Waar of niet waar?’ en ‘Ongewenst of onbegrepen?’. Video’s laten ongewenst gedrag door een cliënt en door collega’s zien. Je oefent met voorbeeldzinnen en met praktijkvragen, zoals ‘Wat moet Tjalle doen?’. Drie quizzen toetsen wat je weet.

  • Ongewenst gedrag: wat grensoverschrijdend gedrag is, de soorten (fysiek, mentaal, seksueel, emotioneel) en het verschil met onbegrepen gedrag. Met voorbeeldzinnen om je grens aan te geven.
  • Agressie door de cliënt: de drie vormen en twee oorzaken van agressie. Je oefent met stoom laten afblazen bij frustratie en met confronteren als iemand de zin wil doordrukken.
  • Melden: het verschil tussen MIC en MIM, welke incidenten je altijd meldt (vallen, diefstal, verkeerd gebruik, een onveilige werkplek) en wat je doet bij een vermoeden van ouderenmishandeling.

Werkinfo bij deze training

Stappenplannen en kaarten die je tijdens je dienst in de app opzoekt.

Wat kun je na deze training?

Je weet hoe je reageert als een cliënt, mantelzorger of familielid over je grens gaat. Je hebt woorden klaar om te zeggen wat je niet wilt, en je weet wanneer je vertrekt. En je weet wie je daarna inlicht: eerst je collega’s, dan je leidinggevende met het MIM-formulier.

Wat het je team oplevert

Incidenten worden zichtbaar via MIC- en MIM-meldingen, zodat je ze in het werkoverleg kunt bespreken. Samen kijk je wat een medewerker nodig heeft en wat het team ervan leert. De training behandelt ook de meldcode. Wie huiselijk geweld vermoedt, bespreekt dat met de wijkverpleegkundige of teamcoördinator. Je kunt laten zien welke medewerkers hebben geleerd hoe ze met agressie omgaan en hoe ze melden.

In de training verwijzen we naar Veilig Thuis en naar signalenkaart.nl voor een volledige lijst met signalen.

Zo ziet de training eruit

Van starten tot certificaat, op de telefoon

Zo doorloopt je medewerker de training in de app.

Begin bij wat je al weet

Eerst een stelling om over na te denken: “Pesten kan een vorm zijn van ongewenst gedrag.” Waar of niet waar? Het antwoord laat zien wat je medewerker al weet.

Leer in kleine stappen

Kaartje voor kaartje, op het moment dat het uitkomt. Zoals “Grenzen” in de module Ongewenst gedrag.

Oefen met echte situaties

Dan oefenen met wat je echt tegenkomt: “Een cliënt met dementie laat geen ongewenst gedrag zien, omdat hij niet bewust iets verkeerds wil doen.” Goed of fout, de uitleg volgt meteen.

Reflectie

Een melding vraagt je medewerker om even stil te staan bij het eigen werk: “Voelde je je deze week onprettig bij een cliënt? Praat erover met een collega. Zo sta je er niet alleen voor.”

Huishoudelijk medewerker van ZonZorg lapt de ramen bij een cliënt
Klantverhaal

ZonZorg helpt huishoudelijke hulp gezonder werken met Primio

570 medewerkers in de huishoudelijke hulp werken gezonder en zelfverzekerder met de Primio app

127

Modules Uit onze kennisbibliotheek

1.486

Certificaten Behaald door medewerkers

4,2

Beoordeling Van alle modules

Lees dit klantverhaal

Veelgestelde vragen

Wat doe je bij een vermoeden van ouderenmishandeling?

Een vermoeden van ouderenmishandeling bespreek je altijd met de wijkverpleegkundige, teamcoördinator of een andere verantwoordelijke. Die volgt de stappen van de meldcode en beslist of er een melding bij Veilig Thuis komt. Is er direct gevaar, dan bel je 112. Bel je Veilig Thuis voor advies, laat dat daarna aan je coördinator weten.

Wat is het verschil tussen ongewenst en onbegrepen gedrag?

Onbegrepen gedrag komt door een ziekte zoals dementie, ongewenst gedrag niet. Meneer Meeuw heeft dementie en roept soms dat je een indringer bent, omdat hij je niet herkent. Dat is onbegrepen gedrag. Met de coördinator zoek je een oplossing, zoals een foto van jou in zijn dagagenda.

Wat is het verschil tussen een MIC- en een MIM-melding?

Een MIC-melding gaat over gevaar voor een cliënt, een MIM-melding over gevaar voor een medewerker. Valt een cliënt uit bed, dan is dat een MIC. Krijg je agressieve opmerkingen van een cliënt, dan is dat een MIM. Je meldt allebei via het meldformulier van je organisatie.

Wat doe je als een cliënt agressief tegen je doet?

Bij agressie gaat je eigen veiligheid altijd voor. Ben je bang of pakt de cliënt je vast, dan ga je weg. Is de cliënt boos uit frustratie, dan probeer je te kalmeren met de STOP-methode. Gebruikt iemand agressie om de zin te krijgen, dan spreek je de persoon aan en geef je je grens aan. Helpt dat niet, dan herhaal je het of vertrek je. Daarna meld je het bij je leidinggevende.

Vragen over accreditatie

Hoeveel accreditatiepunten levert een training op?

Een training levert één punt op per uur studiebelasting, volgens de norm van V&VN. Primio berekent de leertijd per training op basis van het aantal schermen, en een accreditatiefunctionaris controleert die berekening. Zodra een training geaccrediteerd is, staat het aantal punten bij de training.

Kan een medewerker een training vaker volgen voor punten?

Ja, een medewerker kan opnieuw punten halen op dezelfde training, met minimaal een jaar tussen twee keer afronden. V&VN staat herhaling toe. Een jaar is lang genoeg om kennis echt op te frissen, en omdat Primio geaccrediteerde trainingen jaarlijks herziet, werkt de medewerker dan met actuele inhoud.

Kun je met korte trainingen in een app accreditatiepunten halen?

Ja. Een Primio-training bestaat uit korte modules die de medewerker over een paar dagen of weken doorloopt, en voldoet aan dezelfde eisen als klassikale scholing. Dat past bij medewerkers die diensten draaien en moeilijk een dagdeel vrij kunnen maken. Gespreid leren met herhaling zorgt er bovendien voor dat kennis beter blijft hangen dan na één lange zit.

Hoe bewaakt Primio de kwaliteit van geaccrediteerde trainingen?

Primio werkt met het vierogenprincipe: twee aangewezen accreditatiefunctionarissen beoordelen elke training voordat die geaccrediteerd wordt, en wie een training schrijft, keurt die nooit zelf goed. Geaccrediteerde trainingen worden minstens één keer per jaar herbeoordeeld tegen de actuele richtlijnen. Deelnemers vullen na afloop een korte evaluatie in, en die feedback wordt verwerkt. Verandert een training ingrijpend, dan wordt die opnieuw geaccrediteerd.

Hoe komen de punten van een medewerker in PE-online?

Primio schrijft de punten automatisch bij in PE-online, het systeem waarin het Kwaliteitsregister scholing registreert, direct nadat de medewerker de training heeft afgerond. De medewerker vult één keer het registratienummer van V&VN of het BIG-nummer in bij het eigen profiel in de app, en hoeft verder niets in te voeren of te uploaden. Heeft een training een praktijkdeel, dan volgen de punten pas als een collega, praktijkbegeleider of leidinggevende de praktijk heeft afgetekend.

Wat gebeurt er met de punten als een medewerker of organisatie stopt met Primio?

De punten blijven staan. Ze worden geregistreerd in het Kwaliteitsregister van V&VN, gekoppeld aan het registratienummer of BIG-nummer van de medewerker, en niet aan het account in Primio.

Voor wie leveren de accreditatiepunten iets op?

De accreditatiepunten zijn bedoeld voor verzorgenden en verpleegkundigen die in het Kwaliteitsregister V&V van V&VN staan. Zij hebben geaccrediteerde punten nodig voor hun herregistratie, die elke vijf jaar plaatsvindt. Medewerkers die niet in het register staan, kunnen de training gewoon volgen en afronden, maar krijgen er geen punten voor.

Wat betekent het dat Primio instellingsaccreditatie heeft?

Instellingsaccreditatie betekent dat V&VN Primio heeft erkend als instelling die de eigen trainingen zelf beoordeelt en accrediteert voor het Kwaliteitsregister V&V. Elke training voldoet aan dezelfde eisen als ander geaccrediteerd aanbod: heldere leerdoelen, onderbouwing met actuele richtlijnen en bronnen, een omschreven doelgroep en een kloppende studiebelasting. V&VN controleert dit vier keer per jaar met een steekproef.

Welke Primio-trainingen zijn geaccrediteerd?

Primio accrediteert ruim veertig trainingen voor verzorgenden en verpleegkundigen voor het Kwaliteitsregister V&V van V&VN. Primio heeft sinds 15 oktober 2026 instellingsaccreditatie van V&VN, en de trainingen worden gefaseerd in de accreditatieaanvraag gezet. Onder 'Praktisch' bij een training zie je of die in aanvraag is of geaccrediteerd, en hoeveel punten die oplevert.

Geheel vrijblijvend

Benieuwd wat Primio voor jouw organisatie kan betekenen?

In een kort gesprek ontdekken we samen de uitdagingen van je organisatie en wat Primio daarin kan doen.

Jules Weijdema

Jules Weijdema

Adviseur en Oprichter van Primio

Tablet met het Primio-dashboard en de uitkomsten van een medewerkersenquête