Waarom nieuwe rollen in de zorg nu ontstaan
Ongeveer 1,5 miljoen mensen werken in zorg en welzijn in Nederland, en toch is dat lang niet genoeg om de vraag bij te benen. Als er niets verandert, loopt het tekort op tot 301.000 medewerkers in 2035 (Rijksoverheid). Tegelijk groeit het aantal 75-plussers van 1,4 miljoen in 2022 naar 2,5 miljoen in 2040 — bijna een verdubbeling in achttien jaar. De zorgvraag wordt groter en complexer, terwijl de capaciteit om die zorg te leveren juist afneemt.
Onder de motorkap zien we drie cijfers die de hardheid van het vraagstuk laten zien:
- 7,3% ziekteverzuim in de zorg — het hoogste van alle Nederlandse sectoren (CBS)
- Meer dan 50% uitstroom in het eerste jaar bij sommige thuiszorgorganisaties (AZWinfo)
- Rond 5 miljoen mantelzorgers in Nederland, waarvan ongeveer één op de tien zwaar of overbelast (SCP)
Dit zijn geen losse problemen die je los van elkaar kunt oplossen. Het is één samenhangend vraagstuk over hoe je de zorg organiseert wanneer de vraag groeit, de capaciteit krimpt en de cliënt langer thuis blijft wonen. Harder werken met dezelfde mensen is geen werkbare uitweg. Wel werkbaar is breder kijken naar wie er allemaal bij de zorg betrokken kan zijn — en dat is precies wat nieuwe rollen doen.
Vier rollen die het landschap aan het herschrijven zijn
In de praktijk zien we vier rollen die — soms los van elkaar, vaak in combinatie — bij steeds meer VVT-organisaties op de agenda staan.
De leefondersteuner is de meest in het oog springende. Het is een medewerker die huishoudelijke ondersteuning, lichte zorgondersteuning en welzijnsbegeleiding combineert in één rol. Belangrijk om te weten: de leefondersteuner heeft géén MBO-zorgdiploma en voert géén zorgactiviteiten uit — wél zorgondersteunende taken met een welzijnsfocus. De rol komt vaak voort uit de hulp bij huishouden, maar de scope is aanzienlijk breder. Eén vaste persoon die de cliënt kent en over meerdere domeinen iets kan, levert betere zorg dan drie verschillende gezichten voor drie afzonderlijke werkgebieden. Voor wie hier dieper op door wil gaan, hebben we trainingen voor leefondersteuners verzameld in een eigen overzicht.
Daarnaast staat de helpende(+) in beweging. Dit is een MBO-niveau 2 of 3 opgeleide medewerker die naast de bestaande helpende-taken actiever wordt ingezet op signaleren, welzijnsondersteuning en samenwerken met het netwerk rond de cliënt. Meer regie, meer zelfstandigheid in het werk — mits goed ondersteund. De trainingen voor de helpende(+) sluiten daarop aan.
In de informele zorg krijgt de mantelzorger met structurele rol een veel zichtbaarder plek. Niet langer wordt deze persoon gezien als iemand die het er als familielid bij doet, maar als een vaste, planbare schakel in het zorgproces. De mantelzorger is doorgaans dé expert over de zorgvrager — niemand kent de naaste beter — en zit zelf vaak al overbelast voordat de formele zorg überhaupt in beeld komt. Steeds meer organisaties geven mantelzorgers daarom training, tools en een vaste plek aan tafel. Onze trainingen voor mantelzorgers zijn daar één onderdeel van.
Tot slot speelt de vrijwilliger met vaste taken een steeds substantiëlere rol. Niet meer alleen het spelletje op de woensdagmiddag, maar een doorlopende rol bij dezelfde cliënt of dagactiviteit. Onbetaald én onbetaalbaar, zoals het in de sector vaak gezegd wordt. Deze groep vraagt om iets anders dan verplichte cursussen: helderheid over wat wel en niet mag binnen de rol, contextinformatie over de cliënt, en oprechte waardering. Trainingen voor vrijwilligers in de zorg sluiten op deze andere insteek aan.
De paradigmaverschuiving onder al deze rollen
Wat al deze rollen verbindt is een fundamentele verschuiving in houding. Niet zorgen voor in de zin van "ik neem het over", maar zorgen dat in de zin van "ik draag bij aan een geheel waarin de cliënt zo lang en zo zelfstandig mogelijk goed kan leven". Het is een verschil van twee letters, maar onder die twee letters zit een fundamenteel andere kijk op het werk.
In de oude opvatting — zorgen vóór — is de zorgverlener degene die handelt. De cliënt heeft een vraag, de professional heeft een antwoord, het werk wordt geleverd. De cliënt is in zekere zin passief, iemand die zorg ontvangt. In de nieuwe opvatting — zorgen dát — verandert die verhouding wezenlijk. De cliënt blijft actief en behoudt regie, de zorgverlener ondersteunt en coacht, en het werk wordt gedragen door een netwerk in plaats van door één paar schouders. Dat netwerk bestaat uit de cliënt zelf, de mantelzorgers eromheen, vrijwilligers, andere zorgverleners en hulpmiddelen — allemaal samen.
Voor de zorgverlener is dat een wezenlijk andere taakopvatting dan vaak in opleidingen werd meegegeven. "Als je kiest voor een zorgberoep, ben je zorgzaam — en dan neem je dingen sneller over." Die goedbedoelde reflex om te ontzorgen gaat juist tegen de richting in waar de zorg zich heen beweegt. Reablement, eigen regie en netwerkversterking zijn niet drie aparte trends, maar één onderliggende verschuiving die in het werk van de leefondersteuner het meest zichtbaar wordt.
Deze verschuiving raakt direct aan hoe leren wordt georganiseerd. Niet één keer trainen en hopen dat het blijft hangen, maar continu, kort en gericht leren op de werkvloer, met directe ondersteuning op het moment dat het ertoe doet — bij de cliënt thuis, in de auto onderweg, op een rustig moment tussen twee bezoeken in.
Wat een nieuwe rol nodig heeft om te slagen
Er bestaat geen blauwdruk die voor elke organisatie werkt. Schaal, geschiedenis, regio en de samenstelling van het team maken allemaal verschil. Maar bij organisaties waar nieuwe rollen blijven staan, zien we zes elementen consistent terugkomen. Wie deze rollen wil invoeren doet er goed aan ze allemaal mee te nemen — niet als afvinklijstje, wel als bewuste keuze.
Het begint bij een rolprofiel dat klopt. De medewerker moet weten wat de rol inhoudt: welke taken erbij horen, waar de begrenzing ligt, welk mandaat voor signaleren bij de rol hoort. Niet als HR-document in een la, maar in begrijpelijke taal terug in inwerktrajecten en gesprekken met de medewerker zelf.
Daarop volgt een leeraanbod dat past bij de medewerker. Kort, mobiel, visueel en in B1-taal. Op de telefoon waar de medewerker toch al naar kijkt, niet in een LMS dat een laptop vereist die er niet altijd is. Een werkbare microtraining-aanpak in plaats van klassikale dagen die maar door een deel van het team gehaald worden.
Net zo belangrijk is ondersteuning tijdens het werk. Signaleringskaarten, stappenplannen en korte naslag binnen handbereik — op het moment dat de medewerker bij een cliënt staat en twijfelt. Performance support in vakjargon, "hulp bij de hand" in gewone taal. Trainen vooraf is niet hetzelfde als ondersteunen tijdens, en juist die ondersteuning tijdens maakt de rol mogelijk.
Daarnaast vraagt het werk om aandacht voor de mens achter de rol. Overbetrokkenheid, emotionele belasting en onzekerheid over signaleren komen niet vanzelf weg. Ze vragen actieve aandacht — in gesprekken, in waardering, in ruimte om grenzen aan te geven. Een lieve, betrokken medewerker die altijd "ja" zegt, is niet vanzelf ook de meest duurzaam inzetbare medewerker.
Een vijfde element is verbinding met team en organisatie. Hoe een leefondersteuner werkt, verschilt sterk per context. De medewerker die grotendeels solistisch werkt in extramurale thuiszorg heeft andere verbindingsbehoeften dan de medewerker in een Volledig Pakket Thuis-team (VPT) met regelmatigere teaminteractie. In beide gevallen geldt dat een onzichtbare organisatie leidt tot een medewerker die afhaakt — al ziet die onzichtbaarheid er in beide situaties anders uit.
En tot slot ruimte voor groei en zichtbare waardering. Niet alleen verticaal doorstromen naar een hogere functie, maar ook horizontaal verdiepen in waar iemand goed in is. Certificaten die laten zien dat iets is geleerd, een opmerking dat een signaal is opgepakt, een gesprek over wat de medewerker komend half jaar wil leren — het zijn kleine dingen die enorm verschil maken in hoe iemand zich tot de rol verhoudt.
Zo werkt het in de praktijk
Hoe deze rollen in de praktijk landen, laat zich het beste zien aan concrete voorbeelden. Drie cases uit de Primio-praktijk.
DSV Leven — leefondersteuners in VPT-teams
DSV Leven werkt met leefondersteuners die deel uitmaken van Volledig Pakket Thuis-teams. Voor deze relatief nieuwe rol is een specifiek leerpad opgebouwd: trainingen die de drie werkgebieden (huishouden, lichte zorgondersteuning en welzijn) afdekken, met een sterke focus op signaleren en samenwerken met het zorgteam. De resultaten laten zien wat een goed opgebouwde rol kan opleveren: 92 procent van de medewerkers behaalt certificaten in de eerste maanden, en de gemiddelde beoordeling door medewerkers ligt boven de 8. Het contact met Primio wordt als laagdrempelig en professioneel ervaren.
Hups — zorgstudenten als jongere vrijwilligers bij mantelzorgers thuis
Hups zet zorgstudenten in als ondersteuning bij mantelzorgers thuis — een groeiende vorm van informele zorg waarin een jongere vrijwilliger structureel meedraait. De organisatie vergeleek twee groepen: één mét en één zonder digitale leerondersteuning via Primio. De verschillen waren aanzienlijk. Zorgstudenten die de digitale ondersteuning kregen, bleven gemiddeld 20 procent langer in dienst (314 dagen tegenover 261), werkten 48 procent meer diensten (37 tegenover 25), en de uitstroom werd bijna gehalveerd: 11,8 procent tegenover 29,9 procent.
"Door Primio werken zorgstudenten vaker voor ons, blijven langer verbonden en zijn beter inzetbaar."
— Milko Roodnat, Head of Academy bij Hups
Mantelaar — ondersteuning voor mantelzorgers en zorgvrijwilligers
Mantelaar zet Primio in voor zowel professionele zorgverleners als voor het netwerk van mantelzorgers en vrijwilligers rond de cliënt. Het is een goede illustratie van hoe één platform drie verschillende doelgroepen kan bedienen — elk met eigen content, maar binnen één gedeelde benadering. Inmiddels zijn er 48 trainingen uit de bibliotheek in actief gebruik, met ruim 105.000 leermomenten verspreid over de dag, en wordt de samenwerking met een 8 uit 10 beoordeeld.
Wat je krijgt met Primio
Voor organisaties die met nieuwe rollen aan de slag gaan, biedt Primio vier lagen die in elkaar grijpen.
Het eerste is een platform dat aansluit op de doelgroep — een mobiele app in B1-taal, visueel sterk, ontworpen voor praktisch geschoolde medewerkers met variërende digitale vaardigheden. Het tweede is een trainingenbibliotheek met meer dan 80 microtrainingen, ontwikkeld voor leefondersteuners, helpenden, huishoudelijke medewerkers, mantelzorgers en vrijwilligers. Bekijk alle trainingen op primio.app/training als je een beeld wilt van het volledige aanbod.
Specifiek voor de informele zorg hebben we Samen Sterker ontwikkeld — onze propositie voor mantelzorgers en vrijwilligers, die in dezelfde app werken als waar de zorgprofessional in werkt. Drie soorten gebruikers, één gedeelde benadering, elk met eigen content. Zo werkt het hele netwerk rond de cliënt vanuit hetzelfde uitgangspunt.
En tot slot bieden wij een kenniscollega die meedenkt. We helpen bij het ontwerpen van het rolprofiel, het opbouwen van het leerpad en het activeren van medewerkers. Geen verkooppraatje, wel een sparringpartner die de praktijk kent.
Impact die we hebben gemeten
Uit onze impactmeting onder 782 medewerkers in de hulp bij huishouden, drie maanden na de training, kwamen drie kerncijfers naar voren:
- 88% past toe wat er is geleerd
- 82% merkt dat het lichaam minder wordt belast
- 40% voelt zich significant beter ondersteund in het werk
Bewust meten we drie maanden ná de training, niet direct erna. Direct na een training meet je vooral enthousiasme van het moment. Pas na drie maanden meet je werkelijke gedragsverandering — en dat is het verschil tussen "training gedaan" en "rol opgebouwd". Achter elk percentage zit een medewerker die zekerder werkt, vroeger signaleert en gezonder blijft. Achter elk percentage zit ook een cliënt die daar baat bij heeft.
Bronnen
- Rijksoverheid — Personeelstekort in zorg en welzijn tegengaan. Geraadpleegd via rijksoverheid.nl.
- CBS — Verzuimcijfers per sector. Geraadpleegd via cbs.nl.
- Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) — Mantelzorgers in Nederland: aantallen en belasting. Geraadpleegd via scp.nl.
- AZWinfo — Arbeidsmarktcijfers Zorg en Welzijn. Geraadpleegd via azwinfo.nl.
- ActiZ — Visie op nieuwe rollen en taakherschikking in de VVT-sector. Geraadpleegd via actiz.nl.
- Metselaar, E. E. (1997, herziene edities). Assessing the Willingness to Change. Voor het DINAMO-model over gedragsverandering — toegelicht in de visiepaper.
- Primio impactmeting — onder 782 medewerkers in de hulp bij huishouden, drie maanden na de training. Volledige toelichting in de visiepaper Nieuwe rollen in de zorg, op deze pagina.
Heading
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Suspendisse varius enim in eros elementum tristique. Duis cursus, mi quis viverra ornare, eros dolor interdum nulla, ut commodo diam libero vitae erat. Aenean faucibus nibh et justo cursus id rutrum lorem imperdiet. Nunc ut sem vitae risus tristique posuere.









