De zomerpiek. De flexpool is aangeschreven, er liggen sollicitaties voor vakantiekrachten, en je weet nu al dat er straks nieuwe gezichten binnenkomen. Voor twee weken, voor zes weken, voor een paar diensten.
Bij grotere thuiszorg of Hbh organisaties zijn het er geen drie of vijf, maar al snel twintig, dertig of meer. Verspreid over teams, regio's en cliëntgroepen. Dit is geen incident. Het is een patroon dat elk jaar terugkomt, en dat groter wordt naarmate de zorgvraag stijgt en de pool van vaste collega's krimpt.
De vraag die daarbij hoort, stel je jezelf elk jaar opnieuw. Hoe krijg je iemand zo snel mogelijk klaar voor het werk, zonder in te leveren op kwaliteit, veiligheid of grip? We zochten het uit, en bundelden alle inzichten in een gratis gids. Dit artikel geeft je alvast een voorproefje.
Wie is de vakantiekracht eigenlijk
Een vakantiekracht of flexcollega is een verzamelnaam voor iedereen die kort, en zonder veel voorkennis van jouw organisatie, wordt ingezet in de zorg. Denk aan de vakantiekracht, meestal een student of herintreder die zes tot tien weken meedraait. De oproepkracht uit de eigen flexpool, die soms maar twee dagdelen per maand werkt. De zzp'er die bijspringt met vakkennis, maar jouw werkwijzen nog niet kent. En de doorgeschoven collega uit een ander team, die de organisatie wel kent, maar niet de cliënten van jouw team.
Verschillende contractvormen, dezelfde uitdaging. Weinig tijd om in te werken, beperkte voorkennis van jouw werkpraktijk, en meteen verantwoordelijkheid zodra ze bij de cliënt staan.
Vier problemen die steeds terugkomen
Vraag je HR en teammanagers waar het misgaat, dan hoor je steeds hetzelfde rijtje. Een vaste collega krijgt drie maanden om werkwijze, cliënten en protocollen te leren kennen. Een flexcollega heeft twee dagen, als het meezit.
Daar komt bij dat de overdracht vaak van toeval afhangt. Er is meestal geen vaste persoon die het inwerken doet, dus wat verteld wordt hangt af van wie er die week toevallig is. Een welkomstgesprek of check-in ontbreekt geregeld, waardoor elke nieuwe vakantieperiode weer bij nul begint. En op dag vijf, om half tien 's ochtends, bij een cliënt thuis, is de informatie nergens te vinden. Bellen kost tijd. Raden is geen optie.
In de gids zetten we deze vier problemen naast elkaar, met per punt wat er in de praktijk misgaat en waar de makkelijkste winst zit.
Waarom een dik inwerkmapje niet werkt
De flexcollega in de huishoudelijke hulp of bij de leefondersteuner is doorgaans praktisch geschoold. Iemand die het werk leert door het te doen, niet door erover te lezen. Een handboek of uitgebreide presentatie werkt voor deze groep eerder ontmoedigend dan helpend, zeker in de weinige tijd die een inwerkperiode meestal krijgt.
Een bekend model uit de leerpsychologie, het DINAMO model, laat zien waarom. Inwerken werkt alleen als drie dingen tegelijk kloppen: moeten, oftewel helder hebben wat er verwacht wordt, willen, dus zin hebben om het goed te doen, en kunnen, weten hoe. Klassiek inwerken vinkt vooral het moeten af, en verliest willen en kunnen daarmee vaak uit het oog.
Hoe je dat in jouw eigen inwerktraject omzet naar concrete stappen, werken we in de gids helemaal uit.
Download de gids "Klaar voor de zomer" en lees hoe je dit direct toepast.
De verschuiving die wél werkt: kennis bij de hand
De oude logica zegt, leid iemand op vóórdat het werk begint. Voor een flexcollega is dat simpelweg niet haalbaar. Er is te weinig tijd, en informatie die vandaag wordt verteld, is over twee weken alweer weggezakt.
De nieuwe logica zegt iets anders. Leer niet alles vooraf, maar maak kennis bereikbaar op het moment dat de vraag opkomt. In de praktijk vertaalt zich dat naar een handvol korte, herhaalbare microtrainingen op de telefoon, van vijf tot tien minuten per stuk, met daarnaast een naslag die altijd terug te vinden is. Welke onderwerpen daarbij horen voor de huishoudelijke hulp en welke voor de leefondersteuner, lees je in de gids.
Deze verschuiving verandert ook de rol van drie partijen. Jij gaat van uitlegger naar verwijzer. Niet "ik vertel het je", maar "kijk hier eerst, kom je er niet uit, dan kom je bij mij". De vaste collega hoeft niet meer drie keer dezelfde vraag te beantwoorden, want bij twijfel pakt de flexcollega eerst de app. En de flexcollega zoekt het antwoord zelf op, in plaats van te wachten op iemand die tijd heeft.
Wat dit oplevert in de praktijk
Organisaties die hier structureel werk van maken, zien het verschil direct terug. Tussen de 70% en 90% van de uitgenodigde medewerkers wordt actief in een omgeving met kennis bij de hand, tegenover 10 tot 30% bij klassieke e-learning. Meer dan 88% past het geleerde ook daadwerkelijk toe in het werk, drie maanden na de training. En bij organisaties die hier consequent op inzetten, ligt de uitstroom in de eerste maanden tot 18% lager.
Niet omdat het werk minder zwaar is geworden, maar omdat mensen zich beter ondersteund weten. Bij een Hbh organisatie met een gestandaardiseerd inwerktraject is inwerken inmiddels voor 100% aantoonbaar, zonder dat het extra werk kost. Twee andere praktijkvoorbeelden, met de aanpak die daaraan voorafging, staan uitgewerkt in de gids.
Aantoonbaarheid is geen extraatje meer
Een vakantiekracht valt onder dezelfde wettelijke kaders als elke andere medewerker. Je RI&E moet ook de werksituatie van flexcollega's afdekken, en aantoonbaar gecommuniceerd zijn richting die collega. De Arbeidstijdenwet stelt daarnaast eisen aan werk, rust en nachttijden in de zorg, met extra beperkingen voor vakantiekrachten onder de 18 jaar. En de wettelijke plicht tot heldere werkinstructies geldt onverkort, ook voor wie maar twee weken meewerkt.
Welke drie wettelijke checks je voor de zomerdrukte het beste even langsloopt, zetten we in de gids overzichtelijk op een rij.
Vier vragen om zelf te beantwoorden
Ook als er nog niets concreets verandert, helpt het om vier vragen scherp te krijgen. Welke vier dingen zou jouw flexcollega op dag één bij de hand moeten hebben? Wie is verantwoordelijk voor het up to date houden van die kennis? Hoe weet je achteraf dat iemand écht is ingewerkt? En wat doet een zelfredzame flexcollega met de werkdruk van je vaste team?
De oplossing zit niet in harder inwerken of meer mensen aannemen. Ze zit in een andere indeling van wat er geleerd, opgezocht of bewust overgelaten wordt. Vaak overzichtelijker dan je vooraf zou verwachten, en precies waar de gids je bij op weg helpt.
Haal de volledige gids in huis
Alles wat hierboven staat, is maar een deel van het verhaal. In de gids "Klaar voor de zomer" vind je het complete overzicht: de vier problemen uitgewerkt, het DINAMO model toegepast op jouw praktijk, drie praktijkvoorbeelden met cijfers, de wettelijke checklist en vier vragen om zelf mee aan de slag te gaan. Alles op een rij, klaar om te gebruiken voordat de eerste vakantiekrachten instromen.
Download hier de gratis gids Klaar voor de zomer
Liever eerst in gesprek en beeld erbij? Op donderdag bespreken we dit onderwerp ook uitgebreid in het webinar Vakantiekrachten sneller en verantwoord aan het werk. Meld je aan en stel je vraag direct aan ons team.
Veelgestelde vragen
Hoe werk je een vakantiekracht in de zorg het snelst maar wel verantwoord in?Werk niet alles vooraf uit in een handboek, maar maak de belangrijkste kennis vanaf dag één bereikbaar op de telefoon, via korte microtrainingen van vijf tot tien minuten. Zo hoeft een flexcollega niet alles te onthouden, maar weet die persoon wel altijd waar het antwoord staat op het moment dat een vraag opkomt. Organisaties die dit zo aanpakken, zien tot 90% van hun medewerkers actief blijven leren, tegenover 10 tot 30% bij klassieke e-learning. Het volledige stappenplan staat in de gids. Meer over het opzetten van een structureel inwerktraject lees je op de pagina inwerken van nieuwe medewerkers.
Wat moet een flexcollega verplicht weten volgens de wet?Ook een vakantiekracht of oproepkracht valt onder de Arbowet, de Arbeidstijdenwet en de wettelijke plicht tot heldere werkinstructies, ook al werkt diegene maar twee weken. Concreet betekent dit dat je RI&E ook flexcollega's moet afdekken, dat er strengere regels gelden voor medewerkers onder de 18 jaar, en dat werkinstructies aantoonbaar gecommuniceerd moeten zijn. Aantoonbaarheid richting gemeente, zorgkantoor of Arbeidsinspectie is daarmee geen extraatje, maar een eis. De volledige checklist met drie wettelijke checks staat in de gids Klaar voor de zomer.
Geldt kennis-bij-de-hand ook voor nieuwe zorgrollen zoals de leefondersteuner?Ja. Juist medewerkers in nieuwe of bredere rollen, zoals de leefondersteuner of de helpende plus, hebben baat bij kort en praktisch leren op het moment dat een vraag opkomt, in plaats van een lange training vooraf. Voor deze rol gaat het bijvoorbeeld om onderwerpen als welzijn, signaleren en rapporteren, en het herkennen van onbegrepen gedrag. Benieuwd hoe dat er in de praktijk uitziet? Kijk dan op de pagina de leefondersteuner en nieuwe rollen.


