Training voor
Huishoudelijke hulp, Leefondersteuner, Mantelzorger, Vrijwilliger in de Zorg

Valpreventie: valgevaar herkennen bij de cliënt thuis

Valgevaar in huis en bij de cliënt zien, doorgeven en weten wat je doet na een val. Voor hulp, welzijn en naasten.

Inhoud bijgewerkt in Ontwikkeld door Elise van DansikMeegelezen door ,
In het kort

Valpreventie: zie valgevaar in huis en bij de cliënt en weet wat te doen na een val. Voor hulp, leefondersteuner, welzijn, vrijwilliger, mantelzorger.

Over de training

Hoe herken je valgevaar bij een cliënt thuis, en wat doe je ermee?

Meneer Hooien vertelt Esra, zijn huishoudelijke hulp, dat hij deze week is gevallen. Zijn heup doet pijn. Hij heeft een kruk uit de schuur gehaald en zegt zich wel te redden. Als hij naar het toilet moet, ziet Esra hoeveel moeite opstaan hem kost. Esra zegt wat ze ziet en stelt een stevige stoel met armleuningen voor. En ze vraagt of ze het mag doorgeven. Dat is valpreventie in de praktijk.

Deze training is voor de huishoudelijke hulp, de leefondersteuner, de welzijnsmedewerker, de vrijwilliger en de mantelzorger. Iedereen let op dezelfde signalen. Wat je daarna doet, verschilt per rol:

  • Huishoudelijke hulp en leefondersteuner: je helpt praktisch, zoals snoeren en kleedjes weghalen en de looproute vrijmaken. Wat je ziet, rapporteer je en geef je door aan je leidinggevende of coördinator.
  • Welzijnsmedewerker en vrijwilliger: je let tijdens je bezoek op valgevaar en geeft het door aan je coördinator. Aanpassingen in huis regel je niet zelf.
  • Mantelzorger: je kijkt met dezelfde ogen naar het huis van je naaste. Voor aanpassingen zoals een douchestoel overleg je met de zorgprofessional.

Wat je leert

  • Je herkent valgevaar in huis, zoals losse kleedjes, snoeren, drempels, gladde vloeren, weinig licht en lage stoelen.
  • Je ziet signalen bij de cliënt, zoals kleine pasjes, schuifelen, steun zoeken bij meubels en moeite met opstaan.
  • Je weet dat slecht zien, duizeligheid of ziektes als parkinson het risico vergroten, zonder dat je dat zelf beoordeelt.
  • Je weet wat je doet als je een cliënt op de grond aantreft, en wat je nooit doet.
  • Je beschrijft valgevaar feitelijk en weet wanneer een MIC-melding nodig is.

Waar je op let

  • Met een leesbril op zie je diepte slecht, dus een drempel of traptrede wordt lastig.
  • Sloffen, slippers of sokken zijn gevaarlijk; goede schoenen sluiten om de hak en hebben profiel.
  • ’s Nachts zijn de gang en het toilet een risico, zeker zonder nachtlampje.
  • Een wiebelende tafel of stoel is geen veilige steun voor iemand die zich vasthoudt.
  • Een bijna-val is ook een signaal.
  • Wankel na medicijnen, steeds minder eten of vaak lege flessen: geef het door, bespreken met de cliënt hoeft niet.
Opbouw van de training

Hoe is de training opgebouwd?

De training bestaat uit vijf modules. Je begint bij de gevolgen van een val, met een video van Veiligheid.nl. Daarna loop je door het huis, van looproute en trap tot keuken en badkamer. Dan kijk je naar de cliënt zelf, met een opdracht om een week op beweging te letten. Tot slot oefen je wat je doet bij een val en hoe je rapporteert. Bijvoorbeeld over meneer Nguyễn, die bijna viel bij het toilet.

  • Valpreventie: waarom ouderen vooral thuis vallen, wat een val kan betekenen en jouw rol: zien en doorgeven. Met de casus van meneer Hooien en zijn kruk.
  • Valpreventie in huis: waar je op let bij binnenkomst, de trap, de keuken en de badkamer. Met het voorbeeld van huishoudelijke hulp Joep, die doorgaf dat meneer Teniet moeilijk kon douchen.
  • Valrisico’s herkennen bij de cliënt: gezondheid, weinig beweging, de leesbril, voeding, medicijnen, schoenen en alcohol.
  • Wat doe jij bij een valpartij?: rustig blijven, nooit zelf optillen, en wanneer je 112 belt of je leidinggevende.
  • Rapporteren en melden van valgevaar: feitelijke zinnen zonder oordeel, veranderingen beschrijven en wanneer je een MIC-melding maakt.

Wat kun je na deze training?

Je ziet sneller wanneer een huis of een cliënt onveiliger wordt, omdat je vergelijkt met vorige bezoeken. Je benoemt wat je ziet tegen de cliënt en stelt een veiliger optie voor. Je geeft het door, zodat bijvoorbeeld een ergotherapeut kan meekijken. Na een val weet je wat je moet doen, en dat je nooit weggaat zonder actie.

Wat het je team oplevert

De mensen die het vaakst bij de cliënt thuis komen, zien veranderingen het eerst. Deze training zorgt dat ze die doorgeven, ook als een cliënt zegt zich te redden. Rapportages worden feitelijk: ‘Cliënt houdt zich vast aan meubels bij het lopen’, niet ‘cliënt deed gevaarlijk’. Bij twijfel overleggen ze met de zorgcoördinator over een MIC-melding.

Voor verdieping verwijzen we naar Veiligheid.nl, Regelhulp, Hulpmiddelenwijzer, Zorg voor Beter en Langer thuis in huis. Werk je als helpende of verzorgende? Kies dan de training Valpreventie voor jouw rol.

Zo ziet de training eruit

Van starten tot certificaat, op de telefoon

Zo doorloopt je medewerker de training in de app.

Starten

Je medewerker opent de training in de app, op het moment dat het uitkomt.

Stap voor stap

Korte onderdelen van een paar minuten. De voortgang blijft bewaard.

Afronden

Na de quiz is de training behaald.

Certificaat

Direct in de app. In het dashboard zie je wie het heeft.

Zorgstudent van Hups in gesprek met een oudere man aan tafel
Klantverhaal

Hups Academy krijgt vorm met Primio

Zorgstudenten leren digitaal en locatie onafhankelijk met 48 microtrainingen in de Primio app

48

Modules Uit onze kennisbibliotheek

105.254

Leermomenten Verspreid over de dag

8

Beoordeling samenwerking

Lees dit klantverhaal

Veelgestelde vragen

Wanneer maak je een MIC-melding bij valgevaar?

Een MIC-melding maak je bij een bijna-val, bij meerdere signalen van valgevaar tegelijk of als een situatie onveiliger wordt. Ook als je je zorgen maakt of als de cliënt is gevallen, meld je het. Liever een melding te veel dan te weinig. Twijfel je, overleg dan met de zorgcoördinator.

Hoe herken je valgevaar bij ouderen thuis?

Valgevaar herken je aan het huis en aan de cliënt. In huis gaat het om losse kleedjes, snoeren, drempels, gladde vloeren, weinig licht en lage stoelen of bedden. Bij de cliënt let je op kleine pasjes, schuifelen, steun zoeken bij meubels en moeite met opstaan. Ook veranderingen ten opzichte van vorige week zijn een signaal.

Wat doe je als je een cliënt op de grond aantreft?

Als je een cliënt op de grond aantreft, blijf je rustig en ga je naast de cliënt zitten. Je kijkt of de cliënt reageert en ademt. Je tilt iemand nooit zelf op, want er kan iets gebroken zijn. Bij ernstig letsel of geen reactie bel je 112. Bij twijfel of licht letsel bel je je leidinggevende of coördinator. Daarna geef je de val altijd door.

Geheel vrijblijvend

Benieuwd wat Primio voor jouw organisatie kan betekenen?

In een kort gesprek ontdekken we samen de uitdagingen van je organisatie en wat Primio daarin kan doen.

Jules Weijdema

Jules Weijdema

Adviseur en Oprichter van Primio

Tablet met het Primio-dashboard en de uitkomsten van een medewerkersenquête