Wat leert de medewerker?
Medewerkers leren dementie herkennen, van de eerste signalen tot het diagnoseproces, en ontdekken hoe culturele achtergrond daarin meespeelt. Ze leren welke benadering past bij welke fase en hoe ze omgaan met hulpweigering, achterdocht of boosheid. In de verdieping komt persoonsgerichte zorg aan bod: pijn en emoties herkennen bij iemand die dat zelf niet meer kan uiten, met aandacht voor eten, slaap, intimiteit en bewegen. Daarnaast leren medewerkers een delier herkennen — plotselinge verwardheid die snel gemeld moet worden — en wat het syndroom van Korsakov betekent voor het gedrag van de cliënt. Foutloos leren en directief handelen komen daarbij als praktische technieken voorbij.
Impact op medewerker en organisatie
Medewerkers begrijpen beter waarom een cliënt reageert zoals hij reageert. Dat geeft rust, in het contact én bij henzelf. Ze signaleren eerder, corrigeren minder en sluiten beter aan bij wat de cliënt op dat moment nodig heeft. Voor de organisatie betekent dit minder onrust en incidenten, en een deskundiger benadering van psychogeriatrische zorg.
Aansluiting op het kwalificatieregister
Dit thema sluit aan bij het keuzedeel Dementiezorg en bij specialisatierichtingen binnen mbo niveau 3 en 4. De trainingen over dementie, delier en Korsakov zijn er ook in een versie voor medewerkers op niveau 1 en 2 die dagelijks bij deze cliënten thuiskomen, zoals huishoudelijke hulp en vrijwilligers.









