Thema

Individuele basiszorg

Basiszorg is meer dan een handeling uitvoeren. In dit thema versterken medewerkers hun vakmanschap in de dagelijkse zorg dichtbij de cliënt: wassen, aankleden, eten en drinken, medicatie en observeren. Altijd met aandacht voor waardigheid, veiligheid en de zelfstandigheid van de cliënt.

Wat leert de medewerker?

Medewerkers leren waar ze op letten bij ADL-handelingen als wassen, verplaatsen in bed, steunkousen en aan- en uitkleden. Ze leren hygiënisch werken, infecties voorkomen en persoonlijke beschermingsmiddelen in de juiste volgorde gebruiken. Observeren loopt als rode draad door het thema: de huid beoordelen, de mond inspecteren, vitale functies meten en klinisch redeneren als waarden afwijken. Daarnaast komen medicatie aanreiken en toedienen, ondersteunen bij eten en drinken en valpreventie aan bod. Verdiepend leren medewerkers wondzorg, veelvoorkomende ziektebeelden en de zorg bij ALS.

Impact op medewerker en organisatie

Medewerkers voeren de dagelijkse zorg uit met meer zekerheid en meer oog voor de cliënt. Ze signaleren tijdens het verzorgen en merken veranderingen eerder op. Problemen als decubitus, uitdroging of een valpartij worden vaker voorkomen. Voor de organisatie betekent dit consistentere ondersteuning, minder incidenten en een hogere kwaliteit van leven voor cliënten.

Aansluiting op het kwalificatieregister

Dit thema sluit aan bij het mbo-certificaat Individuele ondersteuning en zorg in de maatschappelijke zorg (C0098), onderdeel van het kwalificatiedossier Begeleider maatschappelijke zorg (niveau 3). Medewerkers leren cliënten ondersteunen bij zelfzorg, eenvoudige handelingen uitvoeren en professioneel handelen in onvoorziene situaties.