Wat leert de medewerker?
Medewerkers leren wat voorbehouden en risicovolle handelingen zijn, hoe de Wet BIG werkt en wat het verschil is tussen bevoegd en bekwaam. Daarna gaan ze de praktijk in: subcutaan en intramusculair injecteren, een vleugelnaald plaatsen, katheteriseren van de blaas, stomazorg, sondevoeding toedienen en plaatsen, uitzuigen van mond- en keelholte, zuurstof toedienen, zwachtelen en diabeteszorg. Bij elke handeling komt de anatomie erachter aan bod, samen met de indicaties, de juiste techniek en de complicaties die kunnen optreden. De protocollen zitten in de training zelf, zodat medewerkers ze op de werkvloer bij de hand hebben. Wondzorg is er in twee varianten: een verdiepende versie voor verzorgenden en verpleegkundigen en een instapversie voor helpenden.
Impact op medewerker en organisatie
Medewerkers voelen zich competent en bekwaam bij complexe handelingen. Ze herkennen complicaties op tijd, werken volgens protocol en houden hun eigen bekwaamheid bij. Voor de organisatie betekent dit veilige zorg voor cliënten met specifieke medische behoeften, bredere inzetbaarheid van het team en betere continuïteit van zorg.
Aansluiting op het kwalificatieregister
Dit thema sluit aan bij de kwalificatie-eisen voor voorbehouden en risicovolle handelingen volgens de Wet BIG en het Kwaliteitsregister Verpleegkundigen & Verzorgenden (V&V). De trainingen zijn gericht op verzorgenden en verpleegkundigen (mbo niveau 3 en 4). De instapversie van wondzorg is bedoeld voor helpenden (plus) die deze handeling onder voorwaarden uitvoeren.













